Successen

Lokwinske mei behâld taslach lytse skoallen!

Tige lokwinske foar lytse skoallen en foar de doarpsmienskippen.

Jan Jarig van der Tol, riedslid foar ChristenUnie Ferwerderadiel hat by trije lytse basisskoallen lâns west yn ús gemeente. Hy hat harren tige lokwinske mei it behâld fan de taslach-lytse-skoallen.

ChristenUnie hat har lokaal, provinsjaal en lânlik foar it behâld dêrfan  ynset. Yn ferbân mei de leefberens fan ús moaie doarpen fynt ChristenUnie Ferwerderadiel it dêrom in boppeslach dat de taslach-lytse-skoallen dochs net ferdwynt, mar bliuwt!

As tank foar dit risseltaat brocht Van der Tol in traktaasje (oranjekoeke) yn ús gemeente rûn by trije skoallen (fan eltse rjochting ien): Iepenbiere Basisskoalle ‘Op ‘e Dobbe’ yn Hallum, Kristlike Basisskoalle ‘De Flieterpen’ yn Reitsum en Grifformearde Basisskoalle ‘De Opbouw’ yn Blije.

BRIEF LOKWINSKJEN OAN LYTSE BASISSKOALLEN

ChristenUnie                                                                                 
Ferwerderadiel

Blije, 21 febrewaris 2014.

De ChristenUnie Ferwerderadiel winsket de lytse basisskoallen (en fansels ek de oare basisskoallen) yn ús gemeente tige lok mei it behâld fan de taslach-lytse-skoallen.

Wy hawwe ús lokaal, provinsjaal en lânlik as ChristenUnie, en ek persoanlik mei oare partijen ynset foar it behâld hjirfan.

Yn ferbân mei de leefberens fan ús moaie doarpen fine wy it dêrom in boppeslach dat de taslach-lytse-skoallen net ferdwynt, mar bliuwt!

As tank foar dit risseltaat dizze traktaasje foar jimme.

Wy bringe dit by trije skoallen (fan eltse rjochting ien):

IBS      ‘Op ‘e Dobbe’          yn Hallum 

CBS     ‘De Flieterpen’       yn Reitsum

GBS    ‘De Opbouw’           yn Blije

Mei freonlike groetnis,

mr. Jan Jarig van der Tol,

riedslid ChristenUnie Ferwerderadiel

Kleine scholen: ook juweeltjes!

Wat vooraf ging

Kleine scholen:  raken we onze juweeltjes kwijt?   Door mr. Jan Jarig van der Tol 

Een  apart advies van de Onderwijsraad.  We hebben de afgelopen jaren nog te maken gehad met een minister, die zelfs de grens van 23 leerlingen niet als een harde grens wilde stellen in verband met de leefbaarheid van de dorpen.

En nu dit advies, waarnaar diezelfde minister net voor haar vertrek naar gevraagd had.

Ik vind het advies  een staaltje  van randstedelijk denken. Ik zal dat motiveren.  Het advies baseert zich op onder andere twee elementen.

1. "Kleine scholen zijn vaker zwak.";

2. "Kleine scholen kunnen moeilijker de sociale ontmoetingsplaats voor leeftijdsgenoten waarmaken."

Ik mag me als directeur van drie kleine basisscholen, die tot mijn blijdschap alle drie voldoende scoren,  wel  in zekere zin ervaringsdeskundige noemen.

Zijn kleine scholen vaker zwak dan grotere? Ik denk dat dat een bijzonder zwak argument is.

Ik  kan vanuit deze praktijk zeggen, dat een kleine school in de eerste plaats een kleine leefgemeenschap is. Omdat het klein is, ben je echt op elkaar aangewezen. Dat vraagt om een positieve uitdaging. Want waar je snel informeel zaken zou kunnen afhandelen, is het een goede zaak om toch op een professionele manier met de schoolzaken bezig te zijn.  Dat betekent dat je op een constructieve en consistente wijze met elkaar als directie en team bezig bent met de leerlingen. Je werkt vanuit een visie dat je er voor de kinderen bent en dat je ze naar zelfstandigheid mag leiden en begeleiden.  Dat vraagt om een hecht team.  Zo hebben  deze kleine  scholen een ontwikkeling doorgemaakt naar het goed uitwerken van zorg voor alle kinderen. Dat begint bij de zorg voor de leerlingen, die extra aandacht nodig hebben, omdat ze moeilijk kunnen leren. Deze kinderen krijgen goede ondersteuning. Daarnaast krijgen  de meer- en hoogbegaafden leerlingen extra  uitdaging en begeleiding. In een periode van zo’n zeven jaar is zoiets te realiseren met een team, dat ervoor gaat en wars is van alle onderlinge rivaliteit. Want je doet het samen en je kunt van elkaar leren. Een open houding  en met kritiek willen en kunnen omgaan is daarvoor noodzakelijk.

Waar aan die voorwaarden voldaan wordt, kan een school floreren.  Het getal 100 is dus niet het magische getal, waarop opeens kwaliteit geleverd kan worden.

Het andere element, dat aangedragen wordt dat een kleine school  moeilijker de sociale ontmoetingsplaats voor leeftijdsgenoten kan waarmaken, wil ik sterk relativeren. Hoewel het op een kleine school lastig is om dat richting leeftijdsgenoten te realiseren, kan de kleine school wel uitblinken in omgangsregels. En daar gaat het uiteindelijk om. Op een kleine school met een  goed pedagogisch en sociaal klimaat spelen de kinderen allemaal met elkaar.

Zwakke in het advies van de Onderwijsraad is ook, dat de leefbaarheid van het maar terzijde een rol speelt bij dit advies.  Denk je eens in als deze maatregel  werkelijkheid zou worden. Het zou een ontvolking van het platteland betekenen. Zoiets wat in Frankrijk al jaren een feit is.

Voor ons gebied betekent het dat de meeste scholen moeten sluiten of dat een en ander door fusies opgevangen zouden moeten worden.  Dat daarmee de diversiteit van de richtingen in het gedrang komt, zal helder zijn.  Het betekent een kaalslag en het adagium dat ouders de school van hun eigen richting kunnen kiezen, wordt daardoor echt een farce. Vandaar dat het advies van de Onderwijsraad een disproportioneel advies is: de verhoudingen zijn compleet zoek. 

Het is daarom zaak om als scholen tegen dit advies maar eens flink te protesteren: het is tenslotte een advies en het kan en moet anders.

Opheffen of fuseren kan altijd nog., maar daar zien we geen heil in. Dan sterft het platteland en verwordt het tot een reservaat.  

Laat Den Haag maar blijven en nog veel meer gaan investeren in het platteland, zowel wat betreft werkgelegenheid alsmede het  onderwijs.  Fryslân en Groningen bijvoorbeeld mogen wel eens wat terug krijgen voor het gas, dat hier weggehaald wordt .  Als dat eens echt zou gebeuren, zou dat in de politiek eens een juiste aardverschuiving zijn. En op zo’n beving zitten we wel met smart te wachten. 

19 februari 2013